Wanneer kun je op school nou beter een les geven over water en zijn verschijningsvormen dan op een dag wanneer het goed vriest en sneeuwt? Ook al was ik bezig met een taalles, ik zag de kans schoon om er toch ook een stukje natuuronderwijs aan te verbinden.
De kinderen hadden de dag ervoor al met de juf op het ijs gestaan en nu lag er ook nog eens sneeuw. Een leerling mocht van mij wat sneeuw van het schoolplein halen, op een
bordje. Dit bordje hebben we in de klas zo neergezet dat het lekker in het
zonnetje stond. Aan het einde van de taalles was de sneeuw helemaal veranderd
in water. Dat hebben we allemaal kunnen voelen, even onze vinger in het koude water. Na de taalles hebben we het bordje met de gesmolten sneeuw buiten gezet. En je raadt
het natuurlijk al, aan het einde van de dag, was het water bevroren en hadden
we ijs op ons bordje liggen!
Waterdamp, de 3e verschijningsvorm, was wat moeilijker te laten zien en ook wat
lastiger zo te improviseren, maar dat doen we een volgende keer weer.
Nu zit ik zelf wel met een vraag. Wanneer ‘bedenkt’ water dat het in de vaste vorm
sneeuw zal worden en wanneer ‘bedenkt’ het om in de vaste vorm ijs te worden?
Wat bepaalt of water sneeuw wordt of ijs wordt? Want er zit toch een degelijk
verschil tussen sneeuw en ijs, schaatsen op sneeuw is mij nog niet gelukt en
skiën op ijs heeft er vaak voor gezorgd dat ik onderuit ging.
Op het internet speurend naar wat meer informatie over de verschijningsvormen van
water, kwam ik een leuke, informatieve site tegen, natuur is overal. Op deze site staat onder andere een mooi overzicht van de 3 verschijningsvormen van water:
– vaste stof (sneeuw, ijs);
– vloeistof (water);
– gasvormige stof (waterdamp).
Zeker een volgende keer te gebruiken in een les.
Intussen veel plezier van sneeuw, ijs en water!
Juf Wassenaar